Er zijn drie pijnfasen te onderscheiden bij RSI:
Tintelende, gevoelige en vermoeide handen, polsen, armen, nek of schouders. De klachten treden op tijdens of vlak na het werk en verdwijnen vaak met normale avond- of weekendrust. De relatie met het werk wordt nog niet door iedereen gelegd. De klachten zijn meestal nog draaglijk. Houdt uw klachten niet voor u, ze gaan niet vanzelf over! Als u in dit stadium maatregelen neemt, verdwijnen de klachten volledig. Lees verderop welke maatregelen RSI voorkomen. Raadpleeg zonodig al in deze fase uw bedrijfsarts.
Er is geen relatie meer met bepaalde taken, de pijn treedt op bij van alles. Pijn kan variƫren tussen licht tintelend gevoel of brandende pijn, soms is er sprake van krachtverlies. Nek, schouders, armen, polsen en handen zijn overgevoelig of juist gevoelloos. De vingers tintelen. Klachten verdwijnen niet meer door normale avond- of weekendrust. U wordt dringend aangeraden naar uw huisarts of bedrijfsarts te gaan.
Aanhoudende pijn die niet meer verdwijnt. Werken is (bijna) niet meer mogelijk. Het oppakken van een kopje is al pijnlijk. U heeft nauwelijks kracht meer in uw armen en handen. Behandeling heeft nog maar weinig succes. Neem daarom meteen maatregelen in fase 1.
Bovenstaande fases geven de suggestie dat er een geleidelijk verloop is. Er bestaat echter gevaar dat u in zeer korte tijd in fase 3 belandt!